Sommige erfenissen groeien gewoon uit je gezicht

door Shelly
Vrouw in de perimenopauze vertelt over ongewenste haargroei

Niemand vertelt je echt over die kant van de perimenopauze.

Over de haren die ineens verschijnen op plekken waar je ze nooit hebt besteld.

Op je kin.

Rond je tepels.

Bij je navel.

Alsof je hormonen ineens hun eigen haarplantage zijn begonnen.

Wie mijn blog Van mijn kruin tot mijn kruis heeft gelezen, weet inmiddels dat de perimenopauze mij regelmatig weet te verrassen.

Deze keer met haar.

Even voelt het alsof ik word gereset naar de oermens. Nog net geen haardos op mijn rug en een knuppel in mijn hand.

Die haartjes brachten me terug naar mijn jeugd. Ik zag mijn wijlen wela vroeger namelijk altijd aan haar kin plukken.

(Wela betekent oma in het Papiaments.)

“Wela, hoezo heb je haar op je kin?”

Even keek ze nadenkend voor zich uit terwijl haar vingers automatisch hun weg vonden naar de haartjes op haar kin.

“Mi no sa mi yu,” antwoordde ze.

(Ik weet het niet, mijn kind.)

Vol fascinatie keek ik hoe ze aan die haartjes zat te friemelen.

En als ik geluk had, mocht ik haar helpen om ze eruit te trekken.

Stug waren ze wel.

Maar één voor één trok ik ze eruit.

Heerlijk dat ik dat vond. Echt, loved it!.

Alleen daarom al heb ik serieus overwogen om schoonheidsspecialiste te worden.

Naarmate mijn wela ouder werd, kwamen er steeds meer haartjes bij.

Niet alleen een sikje.

Ook een snor kon niet ontbreken.

Blijkbaar vonden haar hormonen dat er nog wel ruimte was voor uitbreiding.

Maar mijn wela droeg het allemaal met dezelfde nuchterheid waarmee ze de rest van het leven tegemoet trad.

Als kind denk je natuurlijk niet na over dat soort dingen.

Je denkt niet na over hormonen.

Niet over ouder worden.

En al helemaal niet over de mogelijkheid dat je jaren later zelf met een vergrootspiegel en een pincet voor de spiegel zou staan.

Op zoek naar dat ene verraderlijke haartje.

Om ineens te beseffen…

Verdorie.

Ik ben mijn wela geworden.

Alleen was er één verschil.

Waar mijn wela zich erbij had neergelegd, had ik besloten dat mijn hormonen en ik nog niet klaar waren met onderhandelen.

Maar deze haartjes bleken koppig.

Alsof ze samen een pact hadden gesloten:

“Wij gaan er mooi niet uit.”

Mijn pincet draaide overuren, maar ze bleven terugkomen.

Tot ik besloot dat het tijd was voor het zware geschut.

Laserontharing.

Daar lag ik dan bij The Laser Company, met een beschermbril op terwijl de laserspecialiste mijn haarwortels één voor één aan het grillen was.

Terwijl de behandelkamer zich vulde met de geur van een zomerse barbecue, moest ik glimlachen.

Ik zag mijn wela al helemaal voor me.

Waarschijnlijk zou ze hier smakelijk om gelachen hebben.

Want sja.

Nu heb ik mijn eigen bosje haar om aan te friemelen.

Mijn wela heeft mij veel nagelaten.

Haar warmte.

Haar liefde.

Mooie herinneringen.

En blijkbaar ook iets meer van zichzelf dan ik ooit had beseft.

Want sommige erfenissen zitten niet in sieraden of porselein.

Sommige groeien gewoon ineens uit je gezicht.

2

Sylvia ( sylfia) augustus 30, 2026 - 5:21 pm

Gelukkig blijf je een vrouw en word je volgende dag niet wakker als man met baard
Pincet is mijn trouwe vriend 😉

Antwoord
Shelly augustus 30, 2026 - 7:02 pm

Hahaha, nog nèt niet Sylfia 🙈

Antwoord

Laat een reactie achter