Ik vraag me soms echt af wat er in de bovenkamers van mijn kinderen omgaat.
Hoe zij naar de wereld kijken. Hoe ze verbanden leggen. En vooral hoe ze zomaar uit het niets met vragen komen waarvan ik me afvraag wat ze toch allemaal in die kleine hersenpannetjes bekokstoven.
Terwijl we gezellig aan het eten waren, keek Elijah me ineens serieus aan.
“Mama, bestonden er televisies in jouw tijd?”
Ik legde hem uit dat televisies in mijn tijd inderdaad al bestonden.
Sterker nog, ik heb nog een deel van die ontwikkelingen meegemaakt. Mijn oma op Curaçao had bijvoorbeeld een oude zwart-wittelevisie waarbij je eerst de antenne moest draaien om überhaupt een redelijk beeld te krijgen. Een afstandsbediening bestond daar nog niet. Je liep gewoon naar de televisie toe en draaide aan de knoppen totdat je de juiste zender had gevonden. Zo’n geluid alsof je een verroest tandwiel probeerde los te krijgen. En wanneer de televisie niet naar behoren werkte, gaf je het een mep en alles werkte weer perfect!
Zo konden we weer naar onze favoriete novela’s (series) kijken.
Een videorecorder hadden we nog niet. Dus gebruikten mijn destijds jonge tantes mij als de voorloper daarvan.
Ze zetten mijn houten stoeltje voor de televisie en gaven me één belangrijke taak: goed opletten wat er met Topacio gebeurde.
Topacio was één van de hoofdpersonen uit een populaire Venezolaanse dramaserie.
Eenmaal thuisgekomen wilden ze natuurlijk weten wat ze hadden gemist. En daar zat ik dan. Vijf jaar oud. Een complete samenvatting te geven van een dramaserie waarvan ik eigenlijk nauwelijks begreep waar het over ging.
“Mama…”
Elijah haalde me uit mijn reis terug naar vroeger.
“En telefoons dan?”
“Ja hoor,” antwoordde ik. “Die hadden we ook.”
“Maar dat waren huistelefoons.”
Ik legde uit hoe zo’n toestel eruitzag. Zo eentje die met een snoer aan de muur vastzat en waarbij je met je vinger een draaischijf rond moest draaien voor elk cijfer van het telefoonnummer.
Ik zag hem kijken.
Beduusd.
Alsof ik hem zojuist had verteld dat ik persoonlijk aanwezig was geweest bij het maken van de aardbol.
Er viel een stilte.
Hij nam nog een paar happen van zijn eten.
Ik dacht dat het onderwerp voorbij was.
Tot hij opnieuw opkeek.
“Mama?”
“Ja?”
“Maar bestonden er dan ook dinosaurussen in jouw tijd?”
Ik verslikte me bijna in mijn eten door het lachen.
Blijkbaar had ik hem zojuist verteld over een tijdperk dat in zijn hoofd ergens lag tussen de uitvinding van het wiel en het uitsterven van de mammoet.
Terwijl ik nog een beetje moest bijkomen van het feit dat mijn zoon mij blijkbaar zag als de Curaçaose Wilma Flintstone, liet hij me ook aan iets anders denken.
Aan tijd.
Aan hoe snel alles verandert.
Aan hoe ik vroeger op dat houten stoeltje naar Topacio zat te kijken en dat voor mij voelt als gisteren. Terwijl het voor mijn kinderen inmiddels klinkt alsof ik een ooggetuige was van de prehistorie.
En misschien is dat ook wel het mooie van ouder worden.
Dat je steeds meer geschiedenis met je meedraagt.
Verhalen die ooit gewoon het dagelijks leven waren, maar die voor een volgende generatie bijna onvoorstelbaar klinken.
Elijah bracht me die avond niet alleen terug naar een fijne tijd in mijn leven. Hij liet me ook beseffen hoe waardevol tijd eigenlijk is.
Hoe belangrijk het is om van iedere fase te genieten.
Want voor je het weet, ben je zelf onderdeel van de geschiedenis.

2
Geweldig wat een mooi verhaal. Ja en hoe kinderen soms aan die vragen komen. Er gast vaak van alles door die koppies. Ik kan me voorstellen dat je moest lachen.
Gr Monique
Dankjewel Monique. 💛
Het mooie is dat ik soms echt geen idee heb hoe ze op bepaalde vragen komen. Ik zou af en toe graag even een kijkje nemen in die kleine koppies.
Ik lach iedere dag om hun vragen of grappige opmerkingen. Al voelde ik me op dat moment ook spontaan een paar miljoen jaar ouder. 😂